Niets doen om de klimaatverandering te stoppen, is voor een meerderheid van de Europese burgers geen optie. Zowel in Nederland als in andere Europese landen is er een aanzienlijk draagvlak voor een pakket maatregelen dat moet leiden tot een extra CO2-reductie van tenminste 10%, bovenop het beleid dat nu al wordt uitgevoerd. Ook als dat betekent dat burgers daar zelf voor moeten betalen. In Duitsland, Frankrijk, Italië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk is de steun voor extra maatregelen nog groter dan in Nederland. Dit blijkt uit onderzoek van Veldkamp en TNS NIPO, uitgevoerd in opdracht van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP).
Grootste draagvlak voor CO2-reductie door (energie)bedrijven
Vooral voor CO2-reductiemaatregelen die buiten het gezichtsveld van de burger genomen worden, is het draagvlak groot. Zo is er in alle Europese landen steun voor het reduceren van CO2-emissies via alternatieve manieren van elektriciteitsopwekking, ook al betekent dat dat de elektriciteitsrekening circa 10% hoger wordt. Meer gebruik maken van hernieuwbare energie vinden burgers aantrekkelijker dan kernenergie of kolencentrales met CO2-opslag. Maar aangezien de kosten voor hernieuwbare energie hoger liggen, is het draagvlak voor alle drie opties uiteindelijk even groot. Voor een CO2-reductie van 10% als gevolg van het inzetten van hernieuwbare energie betaalt een gemiddeld huishouden circa €5 per maand meer aan energiekosten.
Ook bedrijven verplichten hun CO2-emissies te verminderen, kan rekenen op bijval van de Europese burger, zelfs als de kosten hiervan worden doorberekend aan de consument. Consumptiegoederen zouden hierdoor gemiddeld één procent duurder worden. Een maatregelpakket waarin naast deze maatregel ook isolatie van bestaande woningen wordt verplicht, elektrische huishoudelijke apparaten zuiniger worden en een heffing wordt ingevoerd op niet-duurzaam opgewekte elektriciteit, leidt tot een reductie in CO2-emissies van 10%. Houden we rekening met de lagere energierekening die hierdoor ontstaat, dan is een gemiddeld huishouden voor dit pakket aan maatregelen circa €10 per maand meer kwijt. Toch blijkt bijna 70% van de Nederlandse burgers bereid te zijn deze maatregelen te accepteren.
Minder animo voor maatregelen om biodiversiteit te behouden
Consumptie van vlees en zuivel vraagt veel ruimte; voor het verbouwen van veevoeder is heel wat landbouwgrond nodig. De gevolgen van dit wereldwijde gebruik van grond voor de biodiversiteit - zoals de aantasting van het tropisch regenwoud - vinden burgers minder belangrijk dan de klimaatverandering. Ze zijn dan ook minder bereid maatregelen te accepteren om het wereldwijde grondgebruik voor landbouw en veeteelt in te perken. Voor een heffing die vlees circa 50% duurder maakt, is alleen in Zweden, Engeland en Italië draagvlak te vinden onder een meerderheid van de burgers. Vergeleken met andere landen is in Nederland het draagvlak voor het inzetten van genetische modificatie van gewassen met 47% het grootst. In andere landen is hier duidelijk meer weerstand tegen.
Ontwikkelingshulp moet zichtbaar resultaten opleveren
Ook is onderzocht wat het draagvlak is voor ontwikkelingssamenwerking. Dat blijkt sterk afhankelijk van de meetbare resultaten op korte termijn, bijvoorbeeld aantoonbaar minder slachtoffers van ziekten en honger en betere toegang tot onderwijs. In alle landen is een meerderheid van de burgers bereid meer belasting te betalen om de ontwikkelingshulp die hun land geeft, met 40% te verhogen. Voor Nederland zou dat een extra bijdrage betekenen van circa €100 per inwoner per jaar. Voor ontwikkelingshulp die pas op langere termijn resultaat oplevert, zoals het verbeteren van de infrastructuur (wegen, elektriciteit, et cetera) en de gezondheidszorg, bestaat slechts beperkt draagvlak.
Klik hier om het volledige rapport te downloaden:
Rapport: Denken, doen en draagvlak
Neem voor inhoudelijke informatie over dit onderzoek contact op met Corjan Brink (MNP, 030-274 3639). Voor informatie over de opzet van het onderzoek kunt u contact opnemen met Dieter Verhue (Veldkamp, 020-522 5999).