Verschillen in mobiliteit tussen autochtonen en niet-westerse allochtonen verklaard Publicatiedatum: 13-07-2009

Waarom maken niet-westerse allochtonen en dan vooral vrouwen en eerste generatie Turken en Marokkanen minder vaak gebruik van de fiets? Waarom wordt het openbaar vervoer relatief vaak gebruikt door Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse vrouwen? Waarom wordt de auto relatief vaak gebruikt door Turkse en Marokkaanse mannen? Hoe zien zij hun mobiliteitsgedrag in de toekomst?

Veldkamp heeft onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid om inzicht te krijgen in bovenstaande vragen. Het ging om kwalitatief onderzoek in de vorm van groepsdiscussies met Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen en autochtonen. Deze kwalitatieve verkenning wijst vooral uit dat het mobiliteitsgedrag van de jongere generatie niet-westerse allochtonen woonachtig in de grote steden steeds meer lijkt op dat van autochtone Nederlanders aldaar. Men onderkent de voor- en nadelen van de verschillende vervoersmiddelen en lijkt daarmee een goed beeld te hebben van de (on)mogelijkheden van deze vervoermiddelen. Maar weten en doen zijn niet hetzelfde. Want duidelijk wordt dat niet-westerse allochtonen op twee punten afwijken van autochtone Nederlanders: a) zij hebben en hadden een andere omgang met de fiets en b) zij kennen meer dan autochtone Nederlanders een grotere status aan de auto toe, mede als gevolg van de haal-en-brengcultuur. Deze cultureel bepaalde houding vertaalt zich op dit moment nog in een lager gebruik van de fiets en een grotere behoefte aan een auto. Gezien het onderkennen van de hoge kosten gemoeid met het autorijden, de parkeerproblemen in de stad en het toenemende fietsgebruik vooral onder jongeren, valt te verwachten dat deze verschillen in te toekomst zullen verminderen.

Meer informatie over het mobiliteitsgedrag van allochtonen en het volledige rapport vindt u hier


» Naar 'Nieuws en publicaties'